Home › Voeding › Eetritme en bloedsuiker: waarom vaste momenten helpen
Eetritme en bloedsuiker: waarom vaste momenten helpen
Wie om vier uur 's middags leeg is en om negen uur 's avonds de kast opentrekt, heeft zelden een wilskrachtprobleem. Meestal is het een ritmeprobleem.
Na een maaltijd met snelle koolhydraten en weinig eiwit of vezels stijgt de bloedglucose snel en daalt daarna even hard. Die daling voelt als trek, vermoeidheid en concentratieverlies, en leidt tot de volgende snelle hap. Zo houdt het patroon zichzelf in stand.
Wat een maaltijd stabiel maakt
- Een eiwitbron.
- Vezels uit groente, peulvruchten of volkoren.
- Enig vet, bijvoorbeeld uit noten of olijfolie.
- Koolhydraten in de vorm van volkoren in plaats van wit.
Dezelfde boterham met kaas en tomaat geeft een heel ander verloop dan een boterham met jam.
Drie maaltijden of zes
Er is geen vast aantal dat voor iedereen werkt. Wat wel consistent naar voren komt is dat voorspelbaarheid helpt: op ongeveer dezelfde momenten eten, met gelijkwaardige samenstelling. Sommige begeleiders werken bewust met kleine porties verdeeld over de dag omdat dat het hongergevoel bij hun clienten laag houdt.
De ochtend bepaalt de avond
Een ontbijt met alleen snelle koolhydraten zet de dag in met een piek en een dal. Een ontbijt met eiwit en vezels verschuift het eerste hongermoment vaak met uren.
Bij diabetes
Bij diabetes gelden andere afspraken en speelt medicatie mee. Informatie hierover staat op https://www.thuisarts.nl/ en hoort besproken te worden met de behandelaar.